
BBNJ-overeenkomst
De ‘Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht’ (BBNJ-overeenkomst, waarbij BBNJ staat voor Biological Diversity of areas Beyond National Jurisdiction) is op 17 januari 2026 officieel in werking getreden. De BBNJ-overeenkomst heeft betrekking op mariene biodiversiteit in internationale wateren. De BBNJ-overeenkomst wordt ook wel aangeduid als het Verdrag voor de Bescherming van de Biodiversiteit op Volle Zee (High Seas Treaty).
De BBNJ-overeenkomst beslaat vier hoofdthema’s: mariene genetische bronnen en daarmee verbonden digitale sequentie-informatie, en de verdeling van voordelen (Deel II), maatregelen zoals gebiedsgebonden beheersinstrumenten inclusief beschermde mariene gebieden (marine protected areas) (Deel III), milieueffectbeoordelingen voor activiteiten (Deel IV), en capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie (Deel V).
Dit artikel van het ABS Focal Point richt zich op de verplichtingen van de BBNJ-overeenkomst met betrekking tot toegang en verdeling van voordelen (access and benefit-sharing), die vooral in Deel II van het verdrag te vinden zijn. Gebruikers die activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht ondernemen moeten zelf nagaan of er ook andere acties noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld in relatie tot milieueffectbeoordeling.
Aanleiding en doelstelling
De BBNJ-overeenkomst is een aanvullend verdrag op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), dat soms wordt beschreven als de ‘grondwet van de oceanen’. Sinds UNCLOS werd aangenomen in 1982, was er geen eenduidig internationaal regime dat toezag op het behoud en duurzaam gebruik van mariene biodiversiteit in de volle zee en het internationale zeebodemgebied (the ‘‘Area’’). Zo zien verschillende internationale en regionale organisaties toe op andere aspecten van mariene biodiversiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
De BBNJ-overeenkomst beoogt een duidelijk en juridisch bindend internationaal regime voor mariene biodiversiteit, en bouwt voort op artikelen in het UNCLOS-verdrag over de bescherming van het milieu en over wetenschappelijke samenwerking, capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie.
Deel II van de BBNJ-overeenkomst kent enkele belangrijke termen die hier worden uitgelegd.
Biotechnologie, mariene genetische bronnen (MGR) en gebruik
‘‘“biotechnologie”: elke technologische toepassing waarbij biologische systemen, levende organismen of afleidingen daarvan worden gebruikt om producten of processen tot stand te brengen of te veranderen voor specifieke doeleinden;’’ (Art.1 lid 3).
‘‘‘‘mariene genetische bronnen’’: elk materiaal van mariene plantaardige, dierlijke, microbiële of andere oorsprong dat functionele eenheden van erfelijkheid van feitelijke of potentiële waarde bevat;’’ (Art. 1 lid 8).
‘‘‘‘gebruik van mariene genetische bronnen’’: het verrichten van onderzoek en ontwikkeling van de genetische en/of biochemische samenstelling van mariene genetische bronnen, ook middels de toepassing van biotechnologie, zoals gedefinieerd in bovenvermeld lid 3;’’ (Art. 1 lid 14).
Verzameling in situ
‘‘‘‘verzameling in situ’’: met betrekking tot mariene genetische bronnen, de verzameling of bemonstering van mariene genetische bronnen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;’’ (Art. 1 lid 4).
Digitale sequentie-informatie (DSI)
De term ‘‘digitale sequentie-informatie’’ (DSI) wordt niet gedefinieerd in het BBNJ-Verdrag. De term is voor het eerst in 2016 geïntroduceerd bij de onderhandelingen van het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD). Tot op heden is er echter geen internationaal gehanteerde definitie van DSI.
Uitwisselingsmechanisme (Clearing-House Mechanism)
Het uitwisselingsmechanisme (Clearing-House Mechanism) van de BBNJ-overeenkomst dient om informatie te delen over verschillende onderwerpen, zoals de verzameling en het gebruik van mariene genetische bronnen uit gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, de vaststelling en toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, milieueffectbeoordelingen, en informatie over capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie (Art. 51). Het uitwisselingsmechanisme is nog niet in werking.
Gestandaardiseerde “BBNJ”-identificatiecode (Standard Batch Identifier)
Na melding van een activiteit aan het uitwisselingsmechanisme wordt automatisch een gestandaardiseerde ‘‘BBNJ’’-identificatiecode aangemaakt (Art. 12 lid 3). Deze wordt toegekend aan al het genetisch materiaal dat bij een missie is verzameld. Met het gebruik van de gestandaardiseerde ‘‘BBNJ’’-identificatiecode wordt bijgedragen aan twee doelen van de BBNJ-overeenkomst, namelijk om wetenschap over biodiversiteit in gebieden voorbij de grenzen van nationale rechtsmacht vindbaarder te maken, en om eerlijke en billijke verdeling van voordelen te bevorderen.
Inwerkingtreding en werkingssfeer
De BBNJ-overeenkomst is op 19 juni 2023 aangenomen. De onderhandelingen die hieraan vooraf gingen hebben bijna twintig jaar geduurd. Na het bereiken van het benodigde aantal ratificaties, is de BBNJ-overeenkomst op 17 januari 2026 officieel in werking getreden (een actueel overzicht met landen die het verdrag hebben ondertekend en/of geratificeerd is hier beschikbaar).
De werkingssfeer heeft temporele, materiële en geografische componenten.
De bepalingen van Deel II (artikelen 9-16) van de BBNJ-overeenkomst zijn van toepassing op activiteiten met betrekking tot MGR en DSI die na de inwerkingtreding voor een Partij worden verzameld en gegenereerd, en ook op het gebruik van MGR en DSI die zijn verzameld en gegenereerd vóór de inwerkingtreding tenzij de Partij bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding van of toetreding tot de overeenkomst een voorbehoud maakt ten aanzien van de terugwerkende kracht van het verdrag op grond van Art. 70 (Art. 10 lid 1). Onderaan de pagina van voorgenoemd overzicht is per land dat het verdrag heeft ondertekend of geratificeerd een verklaring te vinden waarin zulke voorbehouden worden genoemd.
De bepalingen van Deel II zijn niet van toepassing op visserij en visserijgerelateerde activiteiten en op vis en levende rijkdommen die zijn verzameld tijdens visserij en visserijgerelateerde activiteiten, tenzij de activiteiten met deze vis of andere levende rijkdommen als ‘‘gebruik’’ onder Deel II kunnen worden gekwalificeerd (art. 10 lid 2). Ook geldt er een uitzondering voor militaire activiteiten van Partijen (Art. 10 lid 3).
Tenslotte omvat de geografische werkingssfeer van de BBNJ-overeenkomst:
a) alle delen van de zee die niet behoren tot de exclusieve economische zone (EEZ), de territoriale zee of de binnenwateren van een Staat, of de archipelwateren van een archipelstaat ("de volle zee");
b) de zee- en oceaanbodem en de ondergrond ervan voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht ("het Gebied").
Deze pagina geeft een uitleg van de verschillende UNCLOS-zones. Mariene genetische bronnen in territoriale wateren, de aansluitende zone, exclusieve economische zone en het continentaal plat, vallen niet onder de werkingssfeer van de BBNJ-overeenkomst maar onder de nationale rechtsmacht van kuststaten. In deze gebieden dienen gebruikers de nationale wet- en regelgeving te volgen met betrekking tot toegang en verdeling van voordelen (IUCN Gids met uitleg van het Nagoya Protocol, p. 36-38).
ABS-verplichtingen voor gebruikers
Algemene principes
Het staat alle Partijen, en natuurlijke en juridische personen onder hun nationale rechtsmacht, vrij om verzameling van en onderzoek naar MGR en DSI te verrichten op de volle zee (High Seas) en in het ‘‘Gebied’’ (the ‘‘Area’’), mits deze activiteiten worden uitgevoerd in lijn met de BBNJ-overeenkomst en uitsluitend voor vreedzame doeleinden (Art. 11 lid 1 en 7). Ook kunnen activiteiten geen basis vormen voor het vestigen van soevereiniteit over of het claimen van juridische eigendom ten aanzien van het mariene milieu en de hulpbronnen die zich daarin bevinden (Art. 11 lid 4 en 5).
Meldingen aan het uitwisselingsmechanisme
Artikel 12 van de BBNJ-overeenkomst bevat meldingsverplichtingen voor activiteiten met betrekking tot MGR en DSI van MGR uit gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht. Er dienen twee meldingen te worden gedaan aan het uitwisselingsmechanisme in relatie tot de verzameling: een pre-melding voordat de activiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht plaatsvindt (pre-collection/cruise notification); en een post-melding (post-collection/cruise notification) nadat verzameling in situ van MGR heeft plaatsgevonden. Als MGR en/of DSI worden gebruikt en dit leidt tot publicatie van onderzoeksresultaten of commercialisering, moet er ook een derde melding worden gedaan (de gebruiksmelding).
Handige visuele weergaven van wanneer in het onderzoeksproces de drie meldingen dienen te worden gemaakt zijn in het Engels beschikbaar in dit artikel voor wetenschappers, en in deze factsheet die is ontwikkeld door de Verenigde Naties.
Waar, wanneer en hoe de meldingen gedaan moeten worden hangt af van de BBNJ-wet- en regelgeving van het land onder wiens gezag de activiteiten plaatsvinden. In Nederland is het wetgevingsproces nog niet afgerond, waardoor de bepalingen van de BBNJ-overeenkomst nog niet van toepassing zijn op activiteiten die plaatsvinden onder Nederlands gezag. Het is wel mogelijk dat de activiteiten van in Nederlandse onderzoekers en in Nederland gevestigde onderzoekers en rechtspersonen onder de BBNJ-wetgeving van een ander land vallen, als deze activiteiten onder het gezag vallen van een land met BBNJ-wetgeving, bijvoorbeeld als wordt deelgenomen aan een buitenlandse verzamelmissie en/of verzameld wordt vanaf een buitenlands schip.
1. Pre-melding
Voor de pre-melding dienen gegevens over de verzamelmissie (cruise) zes maanden van tevoren of zo vroeg mogelijk gedeeld te worden met het uitwisselingsmechanisme (Clearing-House Mechanism).
De onderstaande knop bevat een lijst met welke informatie gedeeld dient te worden:
Aan te leveren informatie bij de pre-melding
Aan te leveren informatie bij de pre-melding
Volgens Art 12 lid 2 van de BBNJ-overeenkomst moet de volgende informatie zes maanden of zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de verzameling worden doorgegeven aan het uitwisselingsmechanisme:
a. de aard en de doelstellingen van de verzameling, met inbegrip van, in voorkomend geval, het (de) programma(’s) waaronder de verzameling valt;
b. het onderwerp van het onderzoek of, indien bekend, de mariene genetische bronnen waarop het onderzoek is gericht of die zullen worden verzameld, en de doeleinden waarvoor die bronnen zullen worden verzameld;
c. de geografische gebieden waar de verzameling zal plaatsvinden;
d. een overzicht van de voor de verzameling te gebruiken methode en middelen, met inbegrip van de naam, de tonnage, het type en de klasse van de vaartuigen, de gebruikte wetenschappelijke uitrusting en/of onderzoeksmethoden;
e. informatie over eventuele andere bijdragen aan grote geplande programma’s;
f. de verwachte eerste aankomstdatum en definitieve vertrekdatum van de onderzoeksvaartuigen, of van de installatie en de verwijdering van de onderzoeksapparatuur, naargelang het geval;
g. de naam (namen) van de instelling(en) die het project sponsort (sponsoren) en de verantwoordelijke natuurlijke persoon van het project;
h. de mogelijkheden voor wetenschappers uit alle landen, met name uit ontwikkelingslanden, om deel te nemen aan of betrokken te worden bij het project;
i. de mate waarin wordt geoordeeld dat landen die technische bijstand nodig kunnen hebben en die om technische bijstand kunnen verzoeken, met name ontwikkelingslanden, aan het project moeten kunnen deelnemen of vertegenwoordigd moeten kunnen worden;
j. een plan voor gegevensbeheer gebaseerd op open en verantwoordelijk gegevensbeheer dat rekening houdt met de huidige internationale praktijk.
Nadat de pre-melding is gemaakt, wordt automatisch een gestandaardiseerde ‘‘BBNJ’’-identificatiecode aangemaakt door het uitwisselingsmechanisme (Art. 12 lid 3). Daarmee krijgt elke mariene genetische bron die tijdens deze verzamelmissie is verzameld in gebieden voorbij de grenzen van nationale rechtsmacht de code die voor de verzamelmissie is toegekend.
Als er wijzigingen zijn in de aangeleverde informatie sinds de pre-melding werd gedaan, dient deze informatie in het uitwisselingsmechanisme te worden geüpdatet, idealiter voordat de verzameling in situ van MGR aanvangt (Art. 12 lid 4).
2. Post-melding
Na afloop van de verzamelmissie moet uiterlijk binnen één jaar een post-melding gemaakt worden in het uitwisselingsmechanisme. Hierbij wordt ook gevraagd naar de bewaarplaatsen waar de verzamelde mariene genetische bronnen (en eventuele DSI ervan) worden opgeslagen.
Aan te leveren informatie bij de post-melding
Volgens Art. 12 lid 5 van de BBNJ-overeenkomst moet de volgende informatie uiterlijk binnen één jaar na de verzameling met het uitwisselingsmechanisme te worden gedeeld:
a. het repositorium of de databank waar DSI over mariene genetische bronnen zijn of worden opgeslagen;
b. de plaats waar alle in situ verzamelde mariene genetische bronnen zijn of worden opgeslagen of bewaard;
c. een verslag met een gedetailleerde beschrijving van het geografische gebied waar mariene genetische bronnen zijn verzameld, met inbegrip van informatie over de breedtegraad, de lengtegraad en de diepte van de verzameling, en, voor zover beschikbaar, de voorlopige bevindingen van de verrichte activiteit;
d. eventuele noodzakelijke actualiseringen van het gegevensbeheerplan.
3. Melding van gebruik
Er kan geruime tijd liggen tussen de verzamelmissie en de publicatie van onderzoeksresultaten of commercialiseringsactiviteiten, met name bij onderzoek dat leidt tot de publicatie van wetenschappelijke artikelen of de toekenning van patenten. Daarom moeten gebruikers van in BBNJ-gebied verzamelde mariene genetische bronnen en, waar mogelijk, de DSI over die bronnen, een melding van gebruik doen bij het uitwisselingsmechanisme zodra de gevraagde informatie beschikbaar is.
Aan te leveren informatie bij de melding van gebruik
Volgens Art. 12 lid 8 van de BBNJ-overeenkomst moet de volgende informatie worden aangeleverd aan het uitwisselingsmechanisme, met inbegrip van de gestandaardiseerde ‘‘BBNJ”-identificatiecode, zodra die informatie beschikbaar is:
a. de plaats waar de resultaten van het gebruik, zoals publicaties, verleende octrooien, indien beschikbaar en voor zover mogelijk, en ontwikkelde producten, te vinden zijn;
b. indien beschikbaar, nadere gegevens over de kennisgeving na de verzameling aan het uitwisselingsmechanisme met betrekking tot de mariene genetische bronnen die het voorwerp van gebruik waren;
c. de plaats waar het oorspronkelijke monster waarop het gebruik betrekking heeft, wordt bewaard;
d. de beoogde uitvoeringsbepalingen voor toegang tot mariene genetische bronnen en DSI over mariene genetische bronnen die worden gebruikt, en een gegevensbeheerplan daarvoor;
e. na het in de handel brengen, informatie, indien beschikbaar, over de verkoop van relevante producten en eventuele verdere ontwikkelingen.
Belangrijk is ook dat uiterlijk drie jaar na het begin van het gebruik, of zodra deze beschikbaar zijn, publieke toegang tot de mariene genetische bronnen en DSI wordt verleend (Art. 14 lid 3). Overigens kunnen er ’redelijke voorwaarden’ worden verbonden aan het publiek toegankelijk maken van MGR en/of DSI (Art. 14 lid 4).
Eerlijk en billijk delen van voordelen uit gebruik, en traditionele kennis
De voordelen die voortkomen uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en DSI uit gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht behoren op eerlijke en billijke wijze gedeeld te worden, en bij te dragen aan het behoud en duurzaam gebruik van mariene biodiversiteit in die gebieden (Art. 14 lid 1). De genoemde voordelen kunnen zowel niet-monetair als monetair van aard zijn.
Het delen van monetaire voordelen zal plaatsvinden via een financieel mechanisme dat in eerste instantie wordt gevuld door financiële bijdragen van ontwikkelde landen die Partij zijn bij het verdrag. Later zal de Conferentie van Partijen (Conference of the Parties) van de BBNJ-overeenkomst beslissen over de modaliteiten voor het delen van monetaire voordelen.
Niet-monetaire voordelen
Niet-monetaire voordelen worden gedeeld in de vorm van onder meer (Art. 14 lid 2.):
a. toegang tot monsters en monsterverzamelingen overeenkomstig de huidige internationale praktijk;
b. toegang tot DSI overeenkomstig de huidige internationale praktijk;
c. vrije toegang tot vindbare, toegankelijke, uitwisselbare en herbruikbare (findable, accessible, interoperable and reusable, FAIR) wetenschappelijke gegevens in overeenstemming met de huidige internationale praktijk en open en verantwoordelijk gegevensbeheer;
d. informatie in de kennisgevingen, samen met gestandaardiseerde ‘‘BBNJ”-identificatiecodes, verstrekt overeenkomstig artikel 12, in een formaat dat publiek toegankelijk en raadpleegbaar is ;
e. overdracht van mariene technologie overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in Deel V van deze Overeenkomst;
f. capaciteitsopbouw, onder meer door de financiering van onderzoeksprogramma’s, en partnerschapsmogelijkheden, met name die welke van direct en substantieel belang zijn voor wetenschappers en onderzoekers die bij onderzoeksprojecten betrokken zijn, alsmede specifieke initiatieven, met name voor ontwikkelingslanden, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling (en van de minst ontwikkelde landen);
g. meer technische en wetenschappelijke samenwerking, met name met wetenschappers en wetenschappelijke instellingen van ontwikkelingslanden;
h. andere vormen van voordelen zoals vastgesteld door de Conferentie van de Partijen, rekening houdend met de aanbevelingen van het bij artikel 15 ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen.
Monetaire voordelen
De modaliteiten voor het delen van monetaire voordelen kunnen zijn (Art. 14 lid 7.):
a. mijlpaalbetalingen;
b. betalingen of bijdragen in verband met de commercialisering van producten, met inbegrip van de betaling van een percentage van de inkomsten uit de verkoop van producten;
c. periodiek betaalde gedifferentieerde vergoeding, waarvan de hoogte afhangt van een reeks indicatoren die het geaggregeerde niveau van de activiteiten van een Partij meten;
d. andere uitvoeringsbepalingen zoals vastgesteld door de Conferentie van de Partijen, rekening houdend met de aanbevelingen van het comité voor toegang en verdeling van de voordelen.
Traditionele kennis met betrekking tot mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht waarover inheemse volken en lokale gemeenschappen beschikken, is alleen toegankelijk met vrijwillig, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (prior and informed consent) of goedkeuring en betrokkenheid van deze groepen en met onderling overeengekomen voorwaarden (mutually agreed terms) (Art. 13). Deze verplichtingen moeten worden vormgegeven in wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen van Partijen bij de BBNJ-Overeenkomst. Mogelijk zal het uitwisselingsmechanisme een rol spelen in het verschaffen van toegang tot traditionele kennis (Art. 13).
Relatie met andere ABS-instrumenten
Besluit 16/2 van het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) erkent dat andere verdragen gespecialiseerde ABS-instrumenten kunnen opstellen die ook DSI omvatten of het multilateraal mechanisme (MLM) van de CBD kunnen kiezen voor het delen van de voordelen van DSI-gebruik (para. 27 van Annex Besluit 16/2). De Conferentie van Partijen van de BBNJ-overeenkomst zou kunnen besluiten het MLM aan te wijzen voor het delen van voordelen die voortkomen uit het gebruik van DSI die onder de werkingssfeer van de overeenkomst valt.
Meer informatie
Voor een meer diepgaande kennismaking met de verschillende onderdelen van BBNJ-overeenkomst is deze gratis e-module nuttig.
