Graan

Internationaal Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw

Het Internationale Verdrag inzake plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw (International Treaty for Plant Genetic Resources for Food and Agriculture, ITPGRFA) is sinds juni 2004 van kracht en heeft specifiek betrekking op plantaardige genetische bronnen voor voedsel en landbouw.

De kern van het ITPGRFA is het multilaterale systeem voor toegang en verdeling van voordelen (Multilateral System for Access and Benefit-Sharing, MLS), een gedeelde verzameling van genetische bronnen van belangrijke, door het verdrag aangewezen, voedsel- en voedergewassen. Genetische bronnen die in het MLS zijn opgenomen zijn beschikbaar voor onderzoek, veredeling en onderwijs ten behoeve van voedsel en landbouw. De voordelen die voortvloeien uit het gebruik van deze bronnen moeten worden gedeeld door middel van uitwisseling van informatie, toegang tot en overdracht van technologie, capaciteitsopbouw, en verdeling van de baten uit commerciële exploitatie. Toegang tot de genetische bronnen in het MLS wordt verleend op basis van de ‘Standaardovereenkomst inzake overdracht van materiaal’ (standard material transfer agreement, SMTA) waarin de voorwaarden vastliggen. Het ITPGRFA vormt een gespecialiseerd ABS-instrument.

Het multilaterale systeem (MLS)

Het belangrijkste en meeste originele onderdeel van het ITPGRFA is het multilaterale systeem voor toegang en verdeling van voordelen (MLS). Dit is een gemeenschappelijke collectie (‘commons’) van genetische bronnen, die aangesloten landen in staat stelt om, op basis van hun eigen soevereiniteit, elkaar gemakkelijker (gratis of bijna gratis) toegang te geven tot hun plantaardige genetische bronnen, ten behoeve van onderzoek, veredeling, conservering of onderwijs. Op deze manier verschaft het MLS een kader voor het delen van hulpbronnen en voordelen tussen soevereine staten. Het MLS heeft betrekking op 64 belangrijke voedsel- en voedergewassen, die op basis van twee criteria zijn geselecteerd: hun belang voor voedselzekerheid, en de mate van onderlinge afhankelijkheid tussen landen. Wereldwijd leveren deze gewassen ongeveer 80% van het voedsel dat wij (direct dan wel indirect) aan planten ontlenen. De genetische bronnen in het MLS zijn beschikbaar voor onderzoek, veredeling en onderwijs, maar de ontvangende partij kan geen enkele aanspraak maken op intellectuele eigendomsrechten of andere rechten die de toegang tot de originele, door het MLS geleverde bronnen (of genetische componenten daarvan) beperken.

Artikel 13.2 van het ITPGRFA stelt dat de “voordelen die voortvloeien uit het al dan niet commerciële gebruik van plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw uit het multilaterale systeem moeten worden gedeeld door middel van de volgende mechanismen: informatie-uitwisseling, toegang tot en overdracht van technologie, capaciteitsopbouw, en het delen van de baten uit commerciële exploitatie.” Het MLS schrijft voor dat een billijk deel van de financiële baten uit het gebruik van de genetische hulpbronnen uit het MLS moet worden betaald aan een speciaal ITPGRFA-fonds voor de verdeling van voordelen (Benefit-Sharing Fund); in sommige gevallen is deze betaling verplicht.

Aan de toegang tot de genetische bronnen in het MLS zijn weinig voorwaarden verbonden; de voorwaarden die er zijn, dienen vooral om het ‘gemeenschapsgevoel’ te waarborgen. Zo mogen ontvangers van genetische bronnen uit het MLS geen intellectuele eigendomsrechten vestigen die anderen verhinderen om dezelfde bronnen, in oorspronkelijke vorm, van het MLS te verkrijgen. Ontvangers van genetische bronnen uit het MLS mogen derden wel verbieden om voor eigen onderzoek en veredeling een product te gebruiken dat met behulp van bronnen uit het MLS is ontwikkeld, maar dan moeten zij een percentage van de verkoopopbrengst van dat product delen met de internationale gemeenschap via het Benefit-Sharing Fund.

Hoewel met het MLS een gemeenschappelijk, gedeeld systeem voor internationale toegang en verdeling van voordelen in het leven is geroepen, beperkt dit systeem op geen enkele wijze de soevereiniteit van landen over hun genetische rijkdommen. De preambule van het ITPGRFA erkent expliciet dat “landen, in de uitoefening van hun soevereine rechten over hun plantgenetische hulpbronnen voor voedsel en landbouw, wederzijds voordeel kunnen hebben van een effectief multilateraal systeem dat de toegang tot een overeengekomen selectie van deze hulpbronnen vergemakkelijkt en dat ervoor zorgt dat de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van die bronnen eerlijk en billijk worden verdeeld.” De Verdragsluitende Partijen hebben hun soevereiniteit uitgeoefend door deel te nemen aan de onderhandelingen voor het ITPGRFA en de oprichting van het MLS, en vervolgens door te besluiten het verdrag te ondertekenen en te ratificeren.

Het ITPGRFA is een gespecialiseerd instrument voor ‘toegang en verdeling van voordelen’ (Access and Benefit-Sharing, ABS), met een eigen systeem: het MLS. Het ITPGRFA botst niet met andere ABS-instrumenten: zo zijn de voorwaarden van het Nagoya Protocol bijvoorbeeld niet van toepassing op de genetische bronnen die onder het ITPGRFA vallen. De uitwisseling van genetisch materiaal vanuit het MLS wordt geregeld via de ‘Standaardovereenkomst inzake overdracht van materiaal’ (Standard material transfer agreement, SMTA). Dit is een standaardcontract tussen de leveranciers en gebruikers van genetische bronnen van gewassen die vermeld staan in Bijlage I van het ITPGRFA. Landen kunnen zelf beslissen of ze de SMTA (of de voorwaarden van de SMTA) ook willen toepassen voor de uitwisseling van genetische bronnen van gewassen die niet in Bijlage I van het verdrag vermeld staan.

Financieringsstrategie

Het ITPGRFA heeft een strategie opgesteld om activiteiten, plannen en programma’s ter ondersteuning van de implementatie van het verdrag te kunnen financieren. Tot deze financieringsstrategie behoren de financiële baten die worden bijgedragen overeenkomstig de voorwaarden van het MLS, en de projectsubsidies van de Global Crop Diversity Trust. Daarnaast is er een fonds voor de verdeling van voordelen (Benefit-Sharing Fund) dat wordt beheerd door het bestuur van het ITPGRFA. Dit fonds is opgebouwd uit verplichte en vrijwillige bijdragen voor het gebruik van genetische materialen uit het MLS, en andere vrijwillige financiële bijdragen (zie Artikel 13.2 (d) van het ITPGRFA). Tot slot behoren tot de financieringsstrategie ook alle andere inspanningen van de aangesloten landen om het ITPGRFA te implementeren (zie Artikel 18 van het verdrag).

Als onderdeel van het Benefit-Sharing Fund is er een projectencyclus opgezet voor de aanvraag, evaluatie en financiering van projectvoorstellen gericht op behoud en gebruik van plantaardige genetische bronnen, met name door boeren in alle landen van de wereld die plantaardige genetische bronnen voor voedsel en landbouw in stand houden en duurzaam gebruiken.

Rechten van boeren

Een ander innovatief element van het ITPGRFA is dat het de rechten van boeren wil verbeteren. Artikel 9 erkent de enorme bijdrage die lokale en inheemse gemeenschappen en boeren in alle delen van de wereld hebben geleverd, en zullen blijven leveren, aan het behoud en de ontwikkeling van plantaardige genetische bronnen. Het ITPGRFA stelt overheden verantwoordelijk voor de verwezenlijking van boerenrechten, onder andere door relevante traditionele kennis te beschermen, te zorgen dat boeren op een billijke manier kunnen delen in de voordelen, en boeren te laten deelnemen aan de besluitvorming over nationaal beleid.